Saladin

Saladin (1137/1138-1193) was een islamitisch militair en politiek leider die als sultan (of leider) de islamitische strijdkrachten aanvoerde tijdens de kruistochten. De grootste overwinning van Saladin op de Europese kruisvaarders kwam er in de Slag bij Hattin in 1187, die de weg vrijmaakte voor de islamitische herovering van Jeruzalem en andere steden in het Heilige Land in het Nabije Oosten. Tijdens de daaropvolgende Derde Kruistocht was Saladin niet in staat de legers onder leiding van de Engelse koning Richard I (Leeuwenhart) te verslaan, hetgeen resulteerde in het verlies van een groot deel van het veroverde grondgebied. Hij was echter wel in staat een wapenstilstand met Richard I te sluiten, waardoor de moslimcontrole over Jeruzalem kon worden voortgezet.

Op 4 juli 1187 versloegen de Moslim troepen van Saladin (Salah al-Din) op beslissende wijze het kruisvaardersleger ten zuiden van de Hoorns van Hattin in Palestina, waarbij Guy, koning van Jeruzalem, gevangen werd genomen; Reginald van Châtillon, Saladins vijand die hij persoonlijk had gedood; meer dan tweehonderd Hospitaalridders en Tempeliers die hij had laten doden; en veel kruisvaarders die hij had vrijgekocht. De overgebleven gevangen christenen werden verkocht op de plaatselijke slavenmarkten.

Geboren in een Koerdische, soennitische, militaire familie, klom Saladin snel op binnen de moslimmaatschappij als ondergeschikte van de Syrisch-noord Mesopotamische militaire leider Nur al-Din. Hij nam deel aan drie veldtochten naar Egypte (dat werd geregeerd door de sjiitische Fatimidische dynastie) en in 1169 werd Saladin hoofd van de militaire expeditietroepen. Nadat hij was benoemd tot wazir (adviseur) van de sjiitische kalief in Caïro, consolideerde hij zijn positie door de Fatimidische infanteristische slavenlegers ten zuiden van de Sahara uit te schakelen. Tenslotte werd in 1171 door Saladin een einde gemaakt aan het sjiitische Fatimidische kalifaat met de erkenning van het soennitische kalifaat in Bagdad. In de tussentijd bleef Nur al-Din druk uitoefenen op Saladin om hem geld, voorraden en troepen te sturen, maar Saladin had de neiging om tijd te rekken. Een openlijke botsing tussen de twee werd voorkomen door de dood van Nur al-Din in 1174.

Hoewel Egypte de belangrijkste bron van zijn financiële steun was, bracht Saladin na 1174 bijna geen tijd meer door in het Nijldal. Volgens een van zijn bewonderende tijdgenoten gebruikte Saladin de rijkdom van Egypte voor de verovering van Syrië, die van Syrië voor de verovering van Noord-Mesopotamië, en die van Noord-Mesopotamië voor de verovering van de kruisvaardersstaten langs de kust van de Levant.

Deze oversimplificatie terzijde, het grootste deel van Saladins activiteiten van 1174 tot 1187 betrof de strijd tegen andere Moslims en uiteindelijk het onder zijn controle brengen van Aleppo, Damascus, Mosul, en andere steden. Hij had de neiging leden van zijn familie aan te stellen voor veel van de gouverneurschappen en vestigde een dynastie die bekend stond als de Ayyubiden in Egypte, Syrië en zelfs Jemen. Tegelijkertijd was hij bereid een wapenstilstand met de kruisvaarders te sluiten om zijn strijdkrachten vrij te maken voor de strijd tegen de moslims. Reginald van Châtillon schond deze afspraken, tot grote ergernis van Saladin.

De moderne historici debatteren over Saladins motivatie, maar voor de tijdgenoten die dicht bij hem stonden, waren er geen vragen: Saladin was begonnen aan een heilige oorlog om de Latijnse politieke en militaire controle in het Midden-Oosten uit te schakelen, met name de christelijke controle over Jeruzalem. Na de Slag bij Hattin trok Saladin, volgens de heersende militaire theorie van die tijd, snel op tegen zo veel mogelijk zwakke christelijke centra, waarbij hij genereuze voorwaarden aanbood als zij zich zouden overgeven en tegelijkertijd lange belegeringen vermeed. Dit beleid had het voordeel dat het leidde tot de snelle verovering van bijna alle kruisvaardersplaatsen, waaronder de vreedzame moslimbevrijding van Jeruzalem in oktober 1187. Het nadeel was dat zijn beleid de kruisvaarders de tijd gaf zich te hergroeperen en twee steden ten zuiden van Tripoli-Tyre en Ashkelon te hervestigen.

Vanuit Tyre omsingelden christelijke troepen, versterkt door de soldaten van de Derde Kruistocht (1189-1191), de moslims in Akko, vernietigden het grootste deel van de Egyptische marine en veroverden, onder leiding van Richard Leeuwenhart, de stad en slachtten de moslimverdedigers af. Door een directe strijd met de nieuwe kruisvaarders te vermijden, kon Saladin de moslimcontrole over Jeruzalem en het grootste deel van Syrië en Palestina behouden.

Saladins reputatie van edelmoedigheid, religiositeit en toewijding aan de hogere principes van een heilige oorlog zijn geïdealiseerd door moslimbronnen en door veel westerlingen, waaronder Dante, die hem in het gezelschap van Hector, Aeneas en Caesar plaatste als een “deugdzame heiden.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *